The Velvet Lodge ligt aan de Fluwelen Burgwal en is gevestigd in een voormalige loge van de Vrijmetselarij. Een pand en omgeving met een rijke geschiedenis/historie.
Het is onzeker waar de naam Fluwelen Burgwal van afgeleid is. Aanvankelijk Burgwal genoemd, wordt vanaf 1619 de naam Fluwelen Burgwal gebruikt. Een veel genoemde naam verklaring is dat de straat genoemd is naar het fluweel waarin de hier wonende rijke mensen zich kleden. Maar net als bij de Herengracht waren hier slechts aan 1 kant grote huizen voor rijke mensen. De echte rijke inwoners van Den Haag woonden aan het Voorhout, de Lange Vijverberg en de Prinsessegracht. De bewoners van de rijke kant van de Fluwelen Burgwal waren meestal hoge ambtenaren en bestuurders van bestuur instellingen van Holland of de Republiek, dus niet de echte heren. In de 17de eeuw was hier de winkel van fluweelwever Abrahams Bremans gevestigd. Mogelijk komt hier de naam van de straat vandaan.
Vrijmetselaars
In 1745 werd op nummer 22 een woonhuis met tuin en stallen gebouwd. Dit pand werd in 1841 aangekocht door vrijmetselaar prins Frederik, de tweede zoon van koning Willem I. Deze Frederik bood de Haagse vrijmetselaars loges L'Union Royale (opgericht 1757), Eendragt maakt Magt (1795) en L'Union Frédéric (1816) in 1847 het "gebruik en exploitatie" van het pand aan, onder voorwaarde dat zij zouden fuseren. In de tuin werd een tempel en een banketzaal, elk 25x10 meter, bijgebouwd.
Frederik der Nederlanden werd in 1816 grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Hij zou die functie tot aan zijn dood, 65 jaar lang, bekleden. Hij heeft een sterke invloed gehad op de vrijmetselarij in die tijd en neigde ertoe deze meer in te willen zetten voor maatschappelijke doelen.
In 1908 was een plan van de regering om het Ordegebouw voor uitbreiding van de Staatsdrukkerij over te nemen, door de Tweede kamer verworpen. Maar de bouw die plaats vond, had zulke nadelige gevolgen voor het gebouw van de Orde, dat hier een ingrijpende verbouwing moest plaatsvinden. Daarop liet de vrijmetselaarsorde in 1910 het huidige, op Lodewijk XVI-stijl geïnspireerde, uiterlijk aanbrengen. Prins Frederik schonk het gebouw tot een ordentelijke behuizing van Orde en Loge: 3 obediënties en 3 daaronder ressorterende werkplaatsen; het biedt in 1992 op dat moment onderdak aan tenminste 6 grootmachten en 38 werkplaatsen. Als in het najaar van 1992 het Grootsecretariaat van de Orde en de Kanselarijen en secretariaten van de Hoge Graden, de Afdeling van de Meestergraad, de Oppergraad en het Koninklijk Gewelf, hun zetel naar de Prinsessegracht verplaatsen, zijn 145 jaar van een sterk toegenomen gebruik van het Ordegebouw afgesloten.